Ruben

ruben3b

‘Sorry’, zei de arts tegen Rubens vader, nadat zijn zoontje van nog geen jaar oud voor de tweede keer aan zijn hartkleppen geopereerd was. ‘Er is iets mis gegaan. Uw kind zal nooit meer dan een kasplantje worden. Als u wilt kunt u hem in Nederland in een tehuis achterlaten.’

De eerste operatie ging fout omdat er een verkeerde procedure was uitgevoerd, bij de tweede operatie leed Ruben zuurstofgebrek en raakte een deel van zijn hersenen beschadigd. De arts zei sorry en Ruben ging terug naar Suriname. Met functionerende hartkleppen, maar zwaar verstandelijk gehandicapt en blind.

De rechtszaak tegen het Nederlandse ziekenhuis werd al snel een gebed zonder einde, in de tussentijd draait het gezin zelf op voor de kosten van alle zorg en aanpassingen die een klein blind jongetje dat niet kan lopen en amper kan praten, nodig heeft. Zijn beide ouders werken zoveel als ze kunnen, de andere kinderen zorgen na schooltijd voor hem. Van huiswerk maken komt dus niet veel. ‘Laat je rapport zien aan die mevrouw’, beveelt Rubens vader zijn oudste zoon. Schoorvoetend drukt de achttienjarige me een kaart in handen vol drieën, vieren en hier en daar een zes of een twee.

Het gezin offerde energie, schooljaren, geld en het mooie huis waar ze eerst woonden. ‘Het is zwaar, maar we houden van hem’ zegt zijn vader, terwijl hij Ruben, die volgens artsen nooit meer dan sondevoeding aan zou kunnen, een kommetje rijst voert. Zijn broer drukt hem een mobiele telefoon in handen waarop een populair liedje draait. Ruben lacht en houdt de telefoon bij zijn oor. Ruben zal nooit voor zichzelf kunnen zorgen, maar een kasplantje is hij al lang niet meer. ‘En het enige dat we hem gegeven hebben is liefde. We hebben in dit huis maar één regel: Ruben moet lachend opstaan en lachend gaan slapen, dan is het een goede dag geweest.’