Verlangen naar de apocalyps

Het regent dode konijnen. In het bos speelt een man zonder gezicht saxofoon.

Onze ruggen liggen op het gras in het park. De vrouw met ogen van papier-maché heeft een allergie voor verdriet. In een poging me gerust te stellen leest ze me deze keer voor uit een boek over concentratiekampen. Mijn huid plooit zich om de woorden heen, terwijl mijn ingewanden samenfronsen en de zuurstof in mijn keel brandt.

Iets verderop zingen kinderen met feesthoedjes op een verjaardagslied. Het klinkt vals.